SER bij VN-forum:“Van SDG-belofte naar uitvoering”
New York/Willemstad, 14 juli 2026 – De Sociaal-Economische Raad (SER) neemt als onderdeel van een delegatie van de Internationale Vereniging van Economische en Sociale Raden en Vergelijkbare Instellingen (AICESIS) deel aan het ministeriële segment van het High-Level Political Forum on Sustainable Development (HLPF) in New York. Bij de opening brachten VN-secretaris-generaal António Guterres, voorzitter van de 80ste zitting van de Algemene Vergadering Annalena Baerbock en voorzitter van de Economische en Sociale Raad van de VN Lok Bahadur Thapa dezelfde urgente boodschap: de wereld beschikt over oplossingen, maar de uitvoering van de Agenda 2030 is te traag en te versnipperd. Voor Curaçao raakt die oproep rechtstreeks aan de keuzes rond water, energie, infrastructuur, wonen, digitalisering en werk.
Het HLPF beoordeelt dit jaar de voortgang bij schoon water en sanitaire voorzieningen, betaalbare en duurzame energie, industrie en innovatie, duurzame steden en internationale partnerschappen. De cijfers maken duidelijk waarom versnelling nodig is. Van de 139 SDG-doelstellingen waarvoor voldoende gegevens beschikbaar zijn, ligt slechts 36 procent op schema of is sprake van gematigde vooruitgang. Bijna de helft ontwikkelt zich te langzaam en 15 procent is sinds 2015 achteruitgegaan.
Guterres plaatste die achterstand in een bredere internationale context. Hoge schulden, stijgende financieringskosten, klimaatverandering en gewapende conflicten verkleinen de ruimte om te investeren in onderwijs, gezondheidszorg, sociale bescherming, energiezekerheid en infrastructuur. Duurzame ontwikkeling kan volgens hem alleen versnellen wanneer landen voldoende financieringsruimte krijgen en beleidsterreinen niet langer afzonderlijk behandelen. Water, energie, innovatie, stedelijke ontwikkeling en sociale bescherming moeten elkaar versterken. Ook vrede en internationale stabiliteit zijn daarvoor onmisbaar.
De secretaris-generaal wees tegelijk op het ontwikkelingspotentieel van hernieuwbare energie, digitale technologie en kunstmatige intelligentie. Die kunnen de productiviteit, publieke dienstverlening en werkgelegenheid vergroten, maar alleen wanneer toegang tot infrastructuur, data, vaardigheden en kapitaal breed wordt georganiseerd. De ecologische gevolgen van digitalisering, waaronder het energie- en watergebruik van digitale systemen, moeten daarbij zichtbaar worden meegewogen.
Baerbock waarschuwde tegen cynisme en berusting nu 2030 snel nadert. De vooruitgang die sinds 2015 is geboekt met drinkwater, sanitaire voorzieningen, elektriciteit en internettoegang laat volgens haar zien dat internationale doelen haalbaar zijn wanneer politieke wil, investeringen en samenwerking samenkomen. Juist in een periode van geopolitieke verdeeldheid blijft multilaterale samenwerking noodzakelijk voor problemen die geen land alleen kan oplossen.
Daarbij kunnen overheden niet zonder werkgevers, werknemers, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en financiële partijen. Baerbock pleitte bovendien voor een bredere beoordeling van vooruitgang dan uitsluitend aan de hand van het bruto binnenlands product (bbp). Indicatoren voor bestaanszekerheid, gezondheid, onderwijs, ongelijkheid, leefomgeving en weerbaarheid maken beter zichtbaar wie van economische ontwikkeling profiteert en waar beleid tekortschiet.
Thapa legde de nadruk op uitvoering en aantoonbare resultaten. Landen moeten hun ambities niet verlagen, maar administratieve, financiële en institutionele knelpunten wegnemen en bewezen oplossingen sneller toepassen.
Bijzondere aandacht is nodig voor landen en eilandelijke economieën die kampen met hoge kapitaalkosten, beperkte uitvoeringscapaciteit, natuurrisico’s en terugkerende externe schokken.
Het HLPF moet zich daarom verder ontwikkelen van een forum dat vooral voortgang beoordeelt tot een platform dat landen helpt met uitvoering, kennisuitwisseling, institutionele versterking en partnerschappen. Ook vrijwillige nationale rapportages kunnen daarvoor worden benut. Het uiteindelijke criterium is niet het aantal verklaringen of rapporten, maar de merkbare verbetering van het dagelijks leven van mensen.
Voor Curaçao komen de drie boodschappen samen in één beleidsopdracht: organiseer de uitvoering rond een beperkt aantal samenhangende prioriteiten. Als kleine, open eilandelijke economie is Curaçao gevoelig voor ingevoerde energie, internationale prijsbewegingen, hoge kapitaalkosten en verstoringen van aanvoerlijnen. De beperkte schaal biedt echter ook een voordeel: beleid kan sneller worden verbonden, verantwoordelijkheden kunnen duidelijker worden belegd en sociale partners kunnen vroeg bij de uitvoering worden betrokken.
De samenhang tussen water en energie is daarvan het duidelijkste voorbeeld. De productie van drinkwater vraagt veel energie, waardoor internationale brandstofprijzen doorwerken in de kosten voor huishoudens, bedrijven en publieke diensten. Investeringen in hernieuwbare energie, opslag, een betrouwbaar elektriciteitsnet, efficiënter watergebruik en hergebruik kunnen daarom tegelijk de koopkracht, de concurrentiekracht en de klimaatweerbaarheid versterken.
Hetzelfde geldt voor infrastructuur en digitalisering. Netmodernisering, betrouwbare connectiviteit, cybersecurity en verantwoord gebruik van data en kunstmatige intelligentie zijn voorwaarden voor hogere productiviteit en betere publieke dienstverlening. Onderwijs, beroepsopleidingen en arbeidsmarktbeleid moeten daarop aansluiten, zodat lokale werknemers en ondernemers daadwerkelijk kunnen deelnemen aan nieuwe activiteiten en de digitale transitie bestaande ongelijkheid niet vergroot.
Ook wonen en ruimtelijke ontwikkeling kunnen niet los worden gezien van bestaanszekerheid. De beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen, mobiliteit, de bereikbaarheid van werk en voorzieningen en de kwaliteit van de gebouwde omgeving beïnvloeden rechtstreeks de maatschappelijke participatie. Klimaatadaptatie en bescherming van kwetsbare groepen moeten daarom integraal onderdeel zijn van woningmarkt- en infrastructuurbeleid.
Geen van deze opgaven kan door de overheid alleen of uitsluitend met nationale middelen worden opgelost. Curaçao heeft voorspelbare regelgeving, betrouwbare gegevens, betaalbare financiering en samenwerking nodig binnen het Koninkrijk, het Caribisch gebied en Latijns-Amerika en met internationale instellingen. Structurele dialoog met werkgevers, werknemers, maatschappelijke organisaties en deskundigen is nodig om keuzes uitvoerbaar te maken en de kosten en baten van transities evenwichtig te verdelen.
De aanwezigheid van de AICESIS-delegatie, met daarin de SER van Curaçao, brengt de stem van de georganiseerde sociaaleconomische dialoog naar het HLPF. Economische en sociale raden kunnen mondiale afspraken vertalen naar nationaal uitvoerbaar beleid, maatschappelijke belangen vroegtijdig bijeenbrengen en bewaken dat economische vooruitgang gepaard gaat met sociale rechtvaardigheid. Voor Curaçao biedt deelname bovendien toegang tot internationale kennis, ervaringen en samenwerkingsmogelijkheden.
De gezamenlijke oproep uit New York is daarmee concreet: de resterende jaren tot 2030 moeten niet in het teken staan van nieuwe rapportagecycli, maar van heldere prioriteiten, financiering, uitvoering en meetbare resultaten. Betaalbaar water en energie, toekomstbestendig werk, inclusieve digitalisering, adequate huisvesting en klimaatweerbaarheid vormen voor Curaçao geen losse dossiers, maar één agenda voor brede welvaart en economische weerbaarheid.

