Meestgestelde vragen

Hoe lang doet de SER over een rapport/advies?

De SER is niet wettelijk gebonden aan een bepaalde adviestermijn. De SER hecht evenwel belang aan het uitbrengen van evenwichtige, goed onderbouwde en verantwoorde adviezen. Voor het uitbrengen van een advies is veelal grondig vooronderzoek nodig, hetgeen door de adviseurs staatsorganen bij het bureau Secretariaatvoering gebeurt ter ondersteuning van de Raad. Afhankelijk van de aard en inhoud van het adviesverzoek neemt de advisering meer of minder tijd in beslag.

In 2017 is de advisering veelal spoedig verlopen en varieerde van 5 dagen (in het geval van het spoed-adviesverzoek) tot 4,5 week. De gemiddelde adviseringstermijn bedroeg 2,5 week. De snelle advisering vergeleken met voorgaande jaren (waarin de gemiddelde adviseringstermijn 2,5-3 maanden bedroeg), moet vooral toegeschreven worden aan de aard van de adviesverzoeken.

Moet de regering over alle sociaal-economische onderwerpen advies vragen?

In artikel 2 van de Landsverordening SER is bepaald dat de Raad tot taak heeft de regering en de Staten van advies te dienen over de hoofdlijnen van het te voeren sociaal en economisch beleid, aangelegenheden van sociale of economische aard en over wettelijke regelingen van sociaal-economische aard.
Hieruit volgt dat de regering verplicht is om de SER over alle belangrijke voornemens op sociaal-economisch gebied advies te vragen.
Indien de Raad niet om advies wordt gevraagd over een onderwerp dat hij wél belangrijk vindt, kan de SER besluiten ongevraagd advies uit te brengen. Dit heet dan een initiatief-advies. Een initiatief-advies heeft vooral zin als vooraf duidelijk is dat er een unaniem advies tot stand kan komen.

Kunnen ook anderen dan het kabinet advies vragen?

Ja, dat kan. Sinds 25 augustus 2017 kunnen behalve de regering, ook de Staten, via hun voorzitter, de SER om advies vragen. In januari 2018 heeft de SER het eerste adviesverzoek in deze categorie ontvangen.
Het adviesverzoek betreft twee initiatief-landsverordeningen over respectievelijk de wijziging van de Landsverordening AOV (wijziging indexeringsmethodiek) en de instelling van een verplicht basispensioen.

Hoe vindt de benoeming van leden in de SER plaats?

Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, is een profielschets voor de leden en de plaatsvervangende leden van de Raad vastgesteld.
De leden en plaatsvervangende leden worden bij landsbesluit benoemd.

Onafhankelijke leden worden –op voordracht van de Raad– benoemd.
De benoeming van werknemersleden en ondernemersleden is een zaak van de vakcentrales en centrale ondernemersorganisaties zelf. Zij bepalen wie er namens hun organisaties zitting neemt in de SER.

De leden zitten in de SER zonder last of ruggespraak.

Wat is de rol van de onafhankelijke leden?

De onafhankelijke leden zijn onafhankelijke deskundigen, met verschillende expertise gebieden. Ze vertegenwoordigen niet de overheid. Ze zitten in de SER zonder last of ruggespraak. Hun taak is het dienen van het algemeen belang.
Daarbij treden ze ook op als bruggenbouwer wanneer werknemers en ondernemers het niet met elkaar eens zijn. De bruggen zijn compromissen die de onafhankelijke leden dan formuleren.
Bij het samenstellen van de groepering van onafhankelijke leden is het belangrijk dat relevante wetenschappelijke disciplines zijn vertegenwoordigd.

Hoe bouwt de SER aan het verbreden van maatschappelijk draagvlak voor onderwerpen op sociaal-economisch terrein?

Bij onderwerpen die buiten het klassieke sociaal-economische terrein liggen, kan de inbreng van andere groeperingen van belang zijn. Zo kan een advies winnen aan kwaliteit én draagvlak. Organisaties die op het desbetreffende terrein specifieke kennis of een specifieke invalshoek hebben of een specifiek belang behartigen, kunnen worden betrokken bij de voorbereiding van een advies in een commissie. Ze worden echter geen lid van de Raad en hebben daardoor ook geen inbreng en betrokkenheid bij de formele vaststelling van het advies.

Bestaan er ook buitenlandse SER'en?

Wereldwijd zijn er Sociaal-Economische Raden en vergelijkbare instituten. Op 1 juli 1999 is – mede op inititatief van de Nederlandse SER – de Internationale Vereniging van Sociaal-Economische Raden en Vergelijkbare Instituten (AICESIS) opgericht. Doel van de vereniging is onderling ervaringen uit te wisselen en te bevorderen dat er ook in andere landen sociaal-economische raden of soortgelijke instanties komen. De vereniging heeft leden in Europa, Afrika, Azië en Latijns-Amerika.
In het AICESIS-bestuur is voor de periode van 2017 tot 2019 de Caribische en Latijns-Amerikaanse regio vertegenwoordigd door Curaçao, de Dominicaanse Republiek en Brazilië.
Tevens is SER-Curaçao van 2017 tot 2019 Deputy Secretary-General voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied.