Persbericht
Rondetafel bij SER draaide om de uitvoering
Curaçao kent zijn knelpunten al
WILLEMSTAD, 7 april 2026 — Curaçao heeft niet zozeer een tekort aan analyses, maar vooral een tekort aan uitvoeringskracht. Dat was donderdag 2 april de duidelijke ondertoon van de ‘ontwikkelings-rondetafel’ die de Sociaal-Economische Raad (SER) organiseerde met vertegenwoordigers van de Verenigde Naties (VN) en andere stakeholders. De bijeenkomst moest de huidige VN-analyse van Curaçao toetsen en aanscherpen, met het oog op het volgende VN-samenwerkingskader voor de periode 2027-2031. Wat daarbij vooral naar voren kwam, is dat de grootste opgaven van het eiland bekend zijn, maar dat de vertaalslag van diagnose naar samenhangend beleid en concrete uitvoering nog te vaak hapert.
Die constatering gaf de bijeenkomst meteen een andere lading dan die van een gewone consultatie. De discussie ging niet alleen over de vraag welke risico’s en knelpunten Curaçao kent, maar ook over de vraag waarom vooruitgang zo vaak ongelijk landt. In de stukken en de gesprekken liepen dezelfde thema’s door elkaar heen: bestaanszekerheid, kwaliteit van werk, scholing, vergrijzing, zorg, energiezekerheid, klimaatweerbaarheid en de bestuurlijke capaciteit om beleid ook daadwerkelijk vol te houden. Daarmee verschoof het accent van louter probleembeschrijving naar de vraag welke institutionele voorwaarden nodig zijn om beleid ook uitvoerbaar te maken.
Dat is geen academische kwestie, aldus het adviesorgaan. De sociale werkelijkheid van Curaçao laat juist zien hoe beperkt de betekenis van economische groei blijft wanneer brede groepen kwetsbaar blijven. Volgens de cijfers die tijdens de bijeenkomst werden ingebracht, is de werkloosheid in 2024 gedaald tot 7,8 procent en de jeugdwerkloosheid tot 16,3 procent, terwijl het aantal werkenden is opgelopen tot circa 72.000. Tegelijk leeft 30,4 procent van de huishoudens onder de armoedegrens. Juist die combinatie — herstel op papier, maar blijvende kwetsbaarheid in veel huishoudens — maakte tijdens de rondetafel duidelijk dat de volgende ontwikkelingsfase voor Curaçao niet alleen om groei draait, maar om beter werk, stabielere inkomens, formalisering en meer weerbaarheid.
Ook de vergrijzing drukte zwaar op de bespreking. Curaçao telt 156.115 inwoners, van wie 33,8 procent 60 jaar of ouder is. Dat gegeven raakt niet alleen de zorg, maar ook pensioenen, arbeidsaanbod, wonen en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën. In die zin werd tijdens de bijeenkomst opnieuw zichtbaar dat demografie allang geen apart beleidsdossier meer is, maar een structurele factor die dwars door vrijwel alle sociaaleconomische vraagstukken heen loopt.
Voor de SER ligt precies daar ook de kern van de toegevoegde waarde van de Verenigde Naties. Niet in het toevoegen van nóg een laag analyse, maar in ondersteuning die helpt om beter te prioriteren, beleid slimmer te verbinden en uitvoering minder versnipperd te maken. “De opgave voor Curaçao is niet langer vooral om de problemen scherper te benoemen, maar om beleid, data en uitvoering beter op elkaar aan te sluiten, zodat hervormingen ook werkelijk doorwerken in het dagelijks leven van mensen,” aldus de SER. Dat sluit aan bij het doel van de rondetafel, waarin expliciet werd gekeken waar de VN via beleidsadvies, technische ondersteuning, convening en advocacy het meeste verschil kan maken.
De uitkomst van donderdag is daarmee niet dat Curaçao een nieuw lijstje problemen heeft gekregen, maar dat de prioriteiten scherper zijn komen te liggen. De discussie wees in de richting van een ontwikkelingsagenda waarin sociale bescherming, arbeidsmarktkansen, data, klimaatweerbaarheid, energietransitie en institutionele slagkracht niet langer los van elkaar kunnen worden benaderd. De inbreng van de bijeenkomst zal worden meegenomen in de verdere uitwerking van het nieuwe VN-kader voor 2027-2031. Voor de SER is de inzet helder: een samenwerking die niet alleen analyse oplevert, maar ook helpt om van inzicht naar uitvoering te komen.

